Documentatie medezeggenschap gepensioneerden
Redactie: drs. Erwin Nypels, oud-lid Tweede Kamer voor D66.
Ook Eerste Kamer aanvaardt voorstel medezeggenschap in pensioenfondsbesturen
dinsdag 31 januari 2012

Na 44 jaar begint de victorie! 

Vandaag, 31 januari 2012, heeft de Eerste Kamer het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Koser Kaya (D66) en Blok (VVD) over de medezeggenschap van gepensioneerden in pensioenfondsbesturen, met ruim twee/derde meerderheid aanvaard. De Tweede Kamer had het voorstel al op 1 juli 2010 aangenomen. Omdat de werkgevers- en werknemersorganisaties van de Stichting van de Arbeid zich langdurig tegen een dergelijke wetgeving hebben verzet vormt de beslissing van de Eerste Kamer een doorbraak in de medezeggenschapsverhoudingen! Voor stemden de fracties van VVD, CDA, PVV, D66, GroenLinks, ChristenUnie, SGP, Partij voor de Dieren, Onafhankelijke Senaatsfractie en 50Plus (tezamen 53 zetels); tegen de fracties van PvdA en SP (tezamen 22 zetels). Het aangenomen voorstel heeft vooral betekenis voor de gepensioneerden van de bedrijfstakpensioenfondsen, waarbij 80% van de gepensioneerden in ons land is aangesloten. Deze gepensioneerden krijgen nu een wettelijk recht op vertegenwoordiging in de besturen van hun pensioenfondsen. (De gepensioneerden van ondernemingspensioenfondsen hebben al, zij het geclausuleerd, een dergelijk recht). Het kabinet is bereid om het initiatiefvoorstel, nu het ook door de Eerste Kamer is aangenomen, als integraal onderdeel op te nemen in de aangekondigde wetgeving over de bestuursstructuur van de pensioenfondsen. Het kabinet streeft er naar dit kabinetsvoorstel te laten ingaan op 1 januari 2013. Mocht dit onverhoopt niet lukken dan zal op 1 januari 2013 de wet Koser Kaya / Blok als interim maatregel van kracht worden.

Het gevecht om de gepensioneerden binnen de pensioenfondsen gelijke rechten op medezeggenschap toe te kennen als de werknemers begon bijna 44 jaar geleden op 21 maart 1968. Toen zijn hierover in de Tweede Kamer schriftelijke vragen gesteld met betrekking tot het pensioenfonds ABP. Een beknopt overzicht van deze lijdensweg is gegeven op de eerste pagina van hoofdstuk Initiatiefwetsvoorstel van deze website.

Een samenvatting van het door de Eerste Kamer aanvaarde wetsvoorstel is eveneens opgenomen in het hoofdstuk Initiatiefwetsvoorstel, op de pagina Definitieve inhoud

Haven voor initiatiefvoorstel medezeggenschap gepensioneerden in zicht
donderdag 26 januari 2012

Op 24 januari 2012 heeft in de Eerste Kamer de plenaire afhandeling plaatsgevonden van het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Koser Kaya (D66) en Blok (VVD) over de medezeggenschap van gepensioneerden in pensioenfondsbesturen. De Eerste Kamer zal over het wetsvoorstel stemmen aan het begin van de volgende vergadering op dinsdag 31 januari 2011.  Hiermee nadert de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel, na ernstige vertraging, zijn voltooiing. 

Het voorstel is op 18 juli 2008 bij de Tweede Kamer ingediend. Door verschillende oorzaken is de parlementaire behandeling vertraagd. Zo wilden de meeste fracties uit de Tweede Kamer in de beginfase van de behandeling wachten op de resultaten van de evaluatie van het tweede medezeggenschapsconvenant van de Stichting van de Arbeid en CSO (samenwerkende ouderenorganisaties). Deze resultaten lieten geruime tijd op zich wachten. De evaluatie toonde overigens aan dat tenminste 70% van de gepensioneerden niet was vertegenwoordigd in de besturen van hun pensioenfondsen. Vervolgens ontstond opnieuw enkele maanden vertraging doordat na de eerste plenaire bespreking van het initiatiefvoorstel in de Tweede Kamer een pauze werd ingelast voor het houden van een zgn. Breed Overleg. Dit overleg tussen een groot aantal maatschappelijke organisaties had tot doel een breed gedragen voorstel te formuleren voor verankering van de medezeggenschap van de betrokkenen bij pensioenfondsen en voor vergroting van de diversiteit van de leden van de fondsorganen. Het Breed Overleg legde weliswaar een basis voor het later, in december 2010, gesloten Convenant Bevordering Diversiteit Pensioenfondsen. Maar over de wetgeving voor medezeggenschap ontstond in het Breed Overleg geen overeenstemming. Daarna wilden weer verschillende fracties met de verdere afhandeling in de Tweede Kamer wachten op het verschijnen van de rapporten van de commissies Frijns en Goudswaard. Ook in de Eerste Kamer ontstond nog belangrijke vertraging. Overwogen is het initiatiefwetsvoorstel tegelijk te behandelen met het door het kabinet aangekondigde, nog in te dienen, wetsvoorstel ter versterking van de bestuursstructuur van pensioenfondsen. Uiteindelijk is echter besloten het initiatiefvoorstel alsnog afzonderlijk te behandelen. De afhandeling is verder vertraagd doordat er geen zekerheid bestond dat het initiatiefwetsvoorstel zou worden aangenomen door de Tweede en de Eerste Kamer in hun oorspronkelijke samenstellingen. Hierdoor is de afhandeling getild over de verkiezingen voor deze beide colleges heen.

De maat is vol!
zondag 1 oktober 2006

“Je bent soms wat ongedurig en drammerig”, zei iemand laatst tegen me. Ik vond het niet leuk om te horen.

Het gebeurde in 1968. Als kersvers Kamerlid voor D66 ontving ik een verzoek van de samenwerkende organisaties van gepensioneerden in de overheidssector (SPO) om een eigen vertegenwoordiging te verkrijgen in het toporgaan van het pensioenfonds ABP. Zij vonden dit redelijk omdat de gepensioneerden het meest betrokken zijn bij een goede functionering van het fonds. Evident, dacht ik. Een makkie! Dat heb ik geweten. Geen makkie dus. Ik gooide er twee series Kamervragen, enkele amendementen en een motie tegenaan. Zonder resultaat. In 1985 verscheen een rapport van de Nederlandse Federatie voor Bejaardenbeleid. Dit rapport bevatte een krachtig pleidooi voor de toekenning van een zelfstandig wettelijk recht voor de gepensioneerden op vertegenwoordiging in de besturen van hun pensioenfondsen. Alle ouderenorganisaties in ons land ondersteunden dit pleidooi. Kom, dacht ik, nu zal de redelijkheid hiervan wel tot de politiek zijn doorgedrongen. Kamervragen. Weer geen resultaat. Dan maar een initiatiefwet. De meerderheid van de Tweede Kamer vond invloed van gepensioneerden in pensioenfondsbesturen echter te dol; maar gepensioneerden zouden wel samen met de werknemers mee mogen doen in adviserende deelnemersraden. Mijn initiatiefwet is toen aangevuld met een onderdeel over zulke raden. Dat werd door de beide Kamers aangenomen en trad in 1990 in werking. Op zichzelf wel een stap vooruit want de deelnemersraden hebben zich in vele gevallen ontwikkeld tot goede vertegenwoordigers van de pensioenverzekerden. Het belangrijkste doel, het recht voor de gepensioneerden op medebestuur van hun fondsen, werd evenwel nog niet bereikt. De Tweede Kamer schrapte dat uit het voorstel.

Om het doel dichterbij te brengen heb ik na mijn Kamerperiode in een open projectgroep tezamen met vier collega’s uit de ouderenorganisaties gewerkt aan een voorontwerp van wet. Dit voorontwerp kwam in 2002 gereed. Het werd de basis voor een tweede initiatiefwetsvoorstel van D66, dat in hetzelfde jaar is ingediend toen de onderhandelingen tussen de Stichting van de Arbeid en de ouderenorganisaties (CSO) over een tweede medezeggenschapsconvenant stagneerden. In 2003 ontstond dat convenant toch nog onverwachts. De beide medezeggenschapsconvenanten brachten in een deel van de ondernemingspensioenfondsen het recht voor de gepensioneerden op medebestuur een stap dichterbij. Maar dat gold bijvoorbeeld niet voor bedrijfstakfondsen waarbij 80% van de gepensioneerden is aangesloten. Omdat bleek dat het tweede convenant onvoldoende werd nageleefd is de strekking hiervan opgenomen in de nieuwe Pensioenwet. Hierdoor krijgen de gepensioneerden in de bedrijfstakfondsen evenwel nog steeds geen rechten op medebestuur; daarvoor blijft het tweede initiatiefwetsvoorstel noodzakelijk. Een Kamermeerderheid is echter niet bereid dat voorstel te behandelen tijdens de looptijd van het convenant (tot eind 2007). Wachten dus tot na de afloop van het convenant. Er is één troost. Prof. Lutjens noemt het verzet van de sociale partners tegen het initiatiefwetsvoorstel een achterhoedegevecht.

Hoezo ongedurig en drammerig, na 38 jaar? Mag ik even? Evenals voor een groeiende groep gepensioneerden is voor mij de maat nu vol. Zijn wij als gepensioneerden een minder soort mensen?

Vandaar deze website, om het allemaal een beetje zichtbaar te maken.

 Erwin Nypels 

Definitie gepensioneerden
vrijdag 11 januari 2008

In deze website wordt in het algemeen onder "gepensioneerden" verstaan: personen met een ouderdoms-, nabestaanden of arbeidsongeschiktheidspensioen. Daarmee wordt aangesloten bij het spraakgebruik dat nog is ontstaan tijdens de werking van de oude Pensioen- en spaarfondsenwet. Dit wijkt evenwel af van de nieuwe begrippen uit de in 2007 ingegane Pensioenwet waarin onder gepensioneerden alleen nog maar personen met een ouderdomspensioen worden verstaan. Personen met een ouderdoms-, nabestaanden of arbeidsongeschiktheidspensioen worden in de huidige Pensioenwet tezamen aangeduid met het begrip "pensioengerechtigden". Het spraakgebruik heeft zich evenwel nog niet geconformeerd aan de nieuwe wettelijke definitie. Terwille van de toegankelijkheid van deze website is er daarom vooralsnog van afgezien om het woordgebruik aan deze nieuwe wettelijke definitie aan te passen.

   

© http://nypels.nl, powered by Mambo, Designed by Carel Nypels and SiteGround