Kroniek van 45 jaar emancipatiestrijd gepensioneerden

Documentatie medezeggenschap gepensioneerden periode 1968 - 2013

Redactie: drs. Erwin Nypels, oud-lid Tweede Kamer voor D66

De maat is vol! Print E-mail
zondag 1 oktober 2006

“Je bent soms wat ongedurig en drammerig”, zei iemand laatst tegen me. Ik vond het niet leuk om te horen.

Het gebeurde in 1968. Als kersvers Kamerlid voor D66 ontving ik een verzoek van de samenwerkende organisaties van gepensioneerden in de overheidssector (SPO) om een eigen vertegenwoordiging te verkrijgen in het toporgaan van het pensioenfonds ABP. Zij vonden dit redelijk omdat de gepensioneerden het meest betrokken zijn bij een goede functionering van het fonds. Evident, dacht ik. Een makkie! Dat heb ik geweten. Geen makkie dus. Ik gooide er twee series Kamervragen, enkele amendementen en een motie tegenaan. Zonder resultaat. In 1985 verscheen een rapport van de Nederlandse Federatie voor Bejaardenbeleid. Dit rapport bevatte een krachtig pleidooi voor de toekenning van een zelfstandig wettelijk recht voor de gepensioneerden op vertegenwoordiging in de besturen van hun pensioenfondsen. Alle ouderenorganisaties in ons land ondersteunden dit pleidooi. Kom, dacht ik, nu zal de redelijkheid hiervan wel tot de politiek zijn doorgedrongen. Kamervragen. Weer geen resultaat. Dan maar een initiatiefwet. De meerderheid van de Tweede Kamer vond invloed van gepensioneerden in pensioenfondsbesturen echter te dol; maar gepensioneerden zouden wel samen met de werknemers mee mogen doen in adviserende deelnemersraden. Mijn initiatiefwet is toen aangevuld met een onderdeel over zulke raden. Dat werd door de beide Kamers aangenomen en trad in 1990 in werking. Op zichzelf wel een stap vooruit want de deelnemersraden hebben zich in vele gevallen ontwikkeld tot goede vertegenwoordigers van de pensioenverzekerden. Het belangrijkste doel, het recht voor de gepensioneerden op medebestuur van hun fondsen, werd evenwel nog niet bereikt. De Tweede Kamer schrapte dat uit het voorstel.

Om het doel dichterbij te brengen heb ik na mijn Kamerperiode in een open projectgroep tezamen met vier collega’s uit de ouderenorganisaties gewerkt aan een voorontwerp van wet. Dit voorontwerp kwam in 2002 gereed. Het werd de basis voor een tweede initiatiefwetsvoorstel van D66, dat in hetzelfde jaar is ingediend toen de onderhandelingen tussen de Stichting van de Arbeid en de ouderenorganisaties (CSO) over een tweede medezeggenschapsconvenant stagneerden. In 2003 ontstond dat convenant toch nog onverwachts. De beide medezeggenschapsconvenanten brachten in een deel van de ondernemingspensioenfondsen het recht voor de gepensioneerden op medebestuur een stap dichterbij. Maar dat gold bijvoorbeeld niet voor bedrijfstakfondsen waarbij 80% van de gepensioneerden is aangesloten. Omdat bleek dat het tweede convenant onvoldoende werd nageleefd is de strekking hiervan opgenomen in de nieuwe Pensioenwet. Hierdoor krijgen de gepensioneerden in de bedrijfstakfondsen evenwel nog steeds geen rechten op medebestuur; daarvoor blijft het tweede initiatiefwetsvoorstel noodzakelijk. Een Kamermeerderheid is echter niet bereid dat voorstel te behandelen tijdens de looptijd van het convenant (tot eind 2007). Wachten dus tot na de afloop van het convenant. Er is één troost. Prof. Lutjens noemt het verzet van de sociale partners tegen het initiatiefwetsvoorstel een achterhoedegevecht.

Hoezo ongedurig en drammerig, na 38 jaar? Mag ik even? Evenals voor een groeiende groep gepensioneerden is voor mij de maat nu vol. Zijn wij als gepensioneerden een minder soort mensen?

Vandaar deze website, om het allemaal een beetje zichtbaar te maken. 

   

http://nypels.nl, powered by Mambo, Designed by Carel Nypels and SiteGround