Tweede Convenant |
![]() |
![]() |
woensdag 22 juli 2009 | ||||||
Pagina 4 van 4 BeoordelingDoor de beide convenanten tussen STAR en CSO is ongetwijfeld in een aantal pensioenfondsen de medezeggenschapspositie van gepensioneerden versterkt. Dat neemt niet weg dat de convenanten enkele tekortkomingen kenden:
Het feit dat een convenant niet juridisch afdwingbaar is heeft er toe geleid dat de 65%-norm, die de convenantspartijen hadden gesteld, bij de tussenevaluatie van 1 juli 2006 niet is gehaald. Doordat de strekking van het convenant op verzoek van STAR en CSO nu in de Pensioenwet is opgenomen is dit nadeel weggevallen. Maar de andere tekortkomingen kunnen door integratie in de wet niet worden ondervangen. Tijdens de behandeling van de Pensioenwet in de Tweede Kamer sprak een ruime meerderheid, waaronder de drie grootste partijen, uit dat de wetgeving niet verder mocht gaan dan de inhoud van het convenant. Met name de 80% van de gepensioneerden bij de bedrijfstakfondsen blijft hierdoor verstoken van het recht op medebestuur van hun fondsen. Voorts geeft dit een belangrijk verschil in rechtspositie tussen de gepensioneerden bij verschillende pensioenfondsen. Om deze onrechtvaardigheden weg te nemen is verdergaande wijziging van de Pensioenwet nodig. Dit geldt te meer nu uit de eindevaluatie van het tweede medezeggenschapsconvenant is gebleken dat 70% van de gepensioneerden van de ondernemings- en bedrijfstakpensioenfondsen niet is vertegenwoordigd in hun fondsbestuur. |